Ruim 712.000 zonnepaneelsystemen staan op Nederlandse woonhuizen. Vorig jaar alleen al werden er 170.000 geplaatst, volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Dat kan gevaarlijk zijn, want ze kunnen in brand vliegen. Officiële cijfers zijn er niet, maar volgens onderzoeksinstituut TNO gaat het om enkele tientallen gevallen per jaar – nog geen procent van alle branden in Nederland. Toch zoeken brandweer en brancheverenigingen naar manieren om met deze branden om te gaan, want ze zijn heel anders dan gewone dakbranden.

TNO maakte afgelopen jaar een inventarisatie van branden met zonnepanelen en mogelijke oorzaken. Daaruit blijkt dat de meeste branden ontstaan bij systemen waarbij de panelen fungeren als dakpannen, de zogeheten in-dak-systemen. „Onder die panelen kan de temperatuur oplopen tot 80 graden, het is er droog en het isolatiemateriaal ligt er vlak bij allemaal stekkers”, zegt installateur Bart Doornbos uit Bussum. Een perfecte cocktail voor brand als er iets fout gaat, bijvoorbeeld wanneer er een vonk ontstaat.

De kabels en verbindingen tussen kabels vormen vaak het probleem, stelt TNO. Een omvormer maakt van de gelijkstroom die zonnepanelen opwekken wisselstroom voor het stroomnetwerk. Kabels en omvormer zijn met connectoren verbonden.

Voor een goede verbinding moeten beide kanten van de connectoren (het ‘mannetje’ en het ‘vrouwtje’) van hetzelfde merk zijn. Anders sluiten ze niet goed op elkaar aan, wat tot vonken kan leiden. Maar een slechte verbinding kan ook komen door verkeerd afgeknipte kabels.

„Wij zien dat de montagehandleidingen niet altijd goed worden nageleefd”, zegt brandonderzoeker Rinus Corbijn. „Zo constateerden we bij een brand in Zeeland dat de in-dakpanelen te dicht op een brandbaar dakfolie lagen.”